Op weg naar solarwagen

De leerlingen van het 3de en 5de leerjaar trokken in klasgroepen naar de solarwagens.

Leerling maakt solarwagen

Solarwagen op komst




We vertrokken vanuit de school langs “de drinkfontein de Dijle-eend”.

(dank aan monlouis)

Op het brugje aldaar vertelde de meester over de verschillende Dijle-armen in het centrum van de stad.
We spraken dit jaar ook al over “water in Leuven”.
De boomstammen van de knotwilgen daar hebben overigens een ijzeren manteltje aan. Dat is tegen de “vreetpartijen” van de bever, die met de schors allerlei dammen in de rivier maakt..

We stapten over enkele “ringmuurresten op de grond”: 12de eeuwse stadsomwalling door de Redingenstraat aan het CAW.

Aan de “Wolvenpoort” zagen we een bas-reliëf van twee wolven.
Eén stukje van het beeld komt uit de muur, het andere moeten we erbij denken.


Daarna gingen we het trapje op van het Dijlepark.
We bekeken er het bord met “kruiden”.

In het Dijlepark zagen we ook het fluitenkruid.



Er was ook een val tegen de Aziatische hoornaar.
Daar blijven we dus af.


We stapten door een soort prieeltje, een rozenboog pergola naar de Naamsestraat.
Daar zagen we meteen de grote boom: “De boom van groot verdriet” aan het Atrechtcollege.

Boom van ’t Groot Verdriet (vrt)

Daar bestaat een verhaal van: hier kan je het beluisteren.
Die boom zou 200 jaar oud zijn.
En volgens de berekeningen is die 1,2 miljoen euro waard.

Voor de (meeste) Leuvenaars is de Boom van ’t Groot Verdriet geen onbekende.

“Op de binnenkoer langs de Naamsestraat staat een reusachtige Japanse honingboom (Sophora japonica).
Deze boom is meer dan 200 jaar oud en is gezaaid door een geestelijke die vanuit Japan zaad had meegebracht van deze soort. Beelden uit het begin van deze eeuw laten zien dat de boom toen haast dubbel zo groot was en de takken tot aan de gevels van de overkant van de straat kwamen.
De Leuvense studenten noemden hem vroeger de boom van groot verdriet. Tussen 1921 en 1977 werd het Atrechtcollege voornamelijk gebruikt als tehuis voor studentinnen. De strenge tucht die er heerste, veroorzaakte heel wat verdriet bij de jongens die aan de ingang, dus bij de honingboom, hun geliefde onbereikbaar zagen (de meisjes moesten ’s avonds om 19u binnen zijn).” (dank aan seniorenKULleuven)



Op enkele meters afstand zien we de hemelglobe.

We wandelden door het stadspark.
We zagen een graffiti-tekening in de Vlamingenstraat.


Aan het college van “Wijsbegeerte en Letteren” zagen we een blauwe regen.
Die klimt stevig tegen de gevels van huizen aan.
De bloemen waren al uitgebloeid.
Ze hebben een heerlijke geur.


Wie goed kijkt ziet achter deze muur van blauwe regen een prachtige bas-reliëf van de kunstenaar Constant Meunier.

We zien er 4 taferelen over het werken: in de mijn, in een haven, op het veld en in de industrie.


In de hal van (het vroegere Groep T) de KUL konden we er twee wagens bekijken.