Als er iets mooi aansluit bij computationeel denken… dan is het niet alleen schaken, zeeslag, vorm – kleur – grootte – dikte, … maar zeker ook dit…
Braille
Sommige mensen moeten leren lezen zonder ogen.
Daarom is het brailleschrift bedacht.
Daarmee lees je door te voelen.
Blinden en slechtzienden leren dit schrift thuis of op een school.
Zo kunnen ze ook mooie boeken en verhalen lezen.
Op televisie worden soms programma’s met audiodescriptie voorgelezen.
Dan vertellen ze wat iemand doet, voelt of kijkt.
Ook wat er te zien is in de ruimte (kamer, winkel, boot, trein, …).
Morse
Lang geleden gebruikten mensen ook “morsetekens”.
Dat zijn tekens in plaats van letters.
Zo kon men met een geheime taal allerlei berichten over de hele wereld sturen.
Iedereen verstond elkaar.
Seinvlaggen
De kapiteins van schepen geven ook allerlei berichten door met vlaggen.
Dat wordt nu niet zoveel meer gebruikt, vroeger veel meer.
Taal
En eigenlijk is iedere taal ook een soort computationeel denken.
Hoe met je bepaalde letters achter elkaar uitspreken?
In de ene taal spreek je dat zo uit, in de andere taal juist niet.
Rekenen
Ook bij rekenen hebben we heel wat computationeel denken.
Alle stapjes die we nodig hebben bvb. voor een staartdeling, heel wat bewerkingen…
Allemaal denkpatronen die we stap-voor-stap moeten leren kennen en gebruiken.
Patronen
Ook patronen zelf zijn een mooi voorbeeld van computationeel denken.
Hoe moet ik de tekeningen herkennen, is er een herhalende vorm – kleur – enz.