Bladgroen (of moeilijker: chlorofyl) is een stof die planten groen maakt. Het helpt planten zonlicht te gebruiken om voedsel te maken. Dit “proces” heet: fotosynthese. Bladgroen vangt het zonlicht op en verandert het in energie voor de plant. Zo maken planten zuurstof aan. Dat is belangrijk voor mensen en dieren om te ademen.Wikikids legt het zo uit: Bladgroen
Een plant kan zelf voedsel maken => dat heet fotosynthese. Hiervoor heeft die plant drie dingen nodig: -licht -water -kooldioxide
Kooldioxide is een stof in de lucht.
Hoe komen deze drie stoffen in een plant? Hulpmiddeltjes: -de wortels -de stengels -de bladeren
1.WATER Met de wortels haalt een plant water uit de grond. Van de wortels gaat het water naar de stengels. Van de stengels naar de bladeren.
2.KOOLDIOXIDE Bladeren kunnen zelf lucht opnemen. In de blaadjes zitten kleine openingen: de huidmondjes. Met die huidmondjes halen planten kooldioxide uit de lucht.
3.LICHT Daarvoor gebruikt de plant ook de bladeren. De bladgroenkorreltjes vangen het licht op. Het voedsel dat de plant gaat maken, is suiker. Die suiker maakt de plant van het water en de kooldioxide. Maar er is energie voor nodig. Die energie krijgt de plant van het licht.
Zo maakt de plant voedsel van water, kooldioxide en licht => fotosynthese.
We spreken ook wel eens over “optica” of “optiek”.
Er waren heel wat wetenschappers in verschillende landen bezig met dit onderwerp.
GRIEKEN De geschiedenis van de optica begint bij de oude Grieken. Aristophanes (400 BC) schrijft over de zonnestralen die worden weerkaatst. Democritus (400 BC) hield zich bezig met hoe het komt dat er verschillende kleuren bestaan. Aristotoles (250 BC) richtte zich vooral op hoe het oog werkt. Hij dacht dat er straling uit de ogen komt en je hiermee de omgeving aftast.
ROMEINEN Ook de Romeinen waren bezig met optica. Seneca (0) merkte op dat voorwerpen onder water anders worden waargenomen. Nero (50 NC) was de eerste die een soort van verrekijker gebruikte om door het Colosseum te kijken. En Ptolemeus (100 NC) onderzocht breking van licht door water en andere vloeistoffen.
PERZIË / IRAN In Perzië was er een zekere Alhazan (1000 NC) die de breking en weerkaatsing van licht beschreef. Hij was de eerste persoon die geloofde dat het oog voorwerpen waarneemt doordat er licht via het voorwerp in het oog komt.
De eerste lenzen worden gemaakt rond 1250 NC.
ENGELAND Het Opus Majus (Latijn voor ‘Groter werk’) is het belangrijkste werk van Roger Bacon. Het werd geschreven in middeleeuws Latijn, op verzoek van paus Clemens IV, om het werk dat Bacon had ondernomen uit te leggen. De 840 pagina’s tellende verhandeling strekt zich uit over alle aspecten van de natuurwetenschappen, van grammatica en logica tot wiskunde, natuurkunde en filosofie. Bacon Bacon deed toen al veel experimenten met lenzen om de breking en weerkaatsing van licht te beschrijven. De werking ervan wordt pas in 1600 NC verklaard door Kepler.
NEDERLAND De Nederlander Lippershey is de uitvinder van de telescoop (1608 NC).
ITALIË Toen Galileo hoorde van deze uitvinding van Lippershey liet hij een voor die tijd zeer grote telescoop bouwen en gebruikte de telescoop om naar de maan en de planeten te kijken. Hieruit bleek dat de aarde niet het midden was van het heelal.
Newton had onderzoek verricht naar licht en kwam tot de conclusie dat licht bestond uit deeltjes. Hierdoor was hij ervan overtuigd dat je geen kleurloze lenzen kon maken, daarom maakte Newton een telescoop met een spiegel erin i.p.v. een lens. Jansen is een Nederlander die rond 1600 NC de eerste microscoop bouwt.
En zo gaat dat maar door en door… Misschien ben jij wel de volgende over enkele jaren…
“Het water in het ronde glas gedraagt zich als een bolle lens. De lichtstralen worden naar binnen gebogen. Als je de pijl dichtbij het glas houdt, zie je de pijl vergroot. Wanneer je de pijl wat verder achter het glas houdt, hebben de lichtstralen genoeg ruimte om elkaar te kruisen. Het gevolg is dat de lichtstralen die bijvoorbeeld van de punt van een pijl komen, nu aan de andere kant terechtkomen. De pijl is omgekeerd!“
Als je sporen wil onderzoeken, dan kan je best een champignon gebruiken.
We pellen de onderkant van de hoed. Zo kunnen we de plaatjes (of lamellen) zien onder de hoed. Tussen die plaatjes zitten allerlei zaadjes, beter: sporen.
We leggen de hoed op een wit blaadje. Na enkele dagen zien we de sporen op het wit blad. We onderzoeken met een microscoop wat er allemaal te zien is.
Niet alle paddenstoelen hebben plaatjes. Sommigen hebben buisjes.
We kunnen niet alleen sporen van de natuur zien. We kunnen ook onze eigen vingerafdrukken als “sporen” bestuderen.
Wie over herfst praat, weet dat paddenstoelen veelvuldig te zien zijn. Je laat ze best staan. Ze ruimen het bos op en zijn erg belangrijk.
En ja: het orgel hoort zeker thuis bij STEAM. -Hoe wordt zo een orgel gemaakt? -Welke grondstoffen zijn er nodig? -Welke werktuigen/ welk gereedschap is er nodig? -Hoe wordt zo een orgel bespeeld? -Hoe komt het dat er zo een geluid uitkomt?
Sommige mensen trekken wel eens een foto ’s avonds. Ze willen een stad in het donker zien. Met verlichting op de achtergrond. We zien een silhouet, een zwarte omtreklijn van gekende gebouwen (kerken, bedrijven, station, bib, appartementen, …), monumenten (Eifeltoren, atomium, Big Ben, …) of standbeelden.
Als voorbereiding op “Geroezemoes” speelden de leerlingen allerlei opdrachten m.b.t. “water”.
*Kringoefening: laat de kinderen in een kring staan en elkaar een beweging geven die iets met water te maken heeft (vb. druppelen, golven, spatten). De rest doet na.
*Energie-oefening: “Word een waterdruppel!” – de kinderen bewegen klein en zacht, maar groeien tot een grote golf die weer terug inzakt.
*Verkennen van waterbewegingen Hoe kan water zich bewegen? (vb. stilstaand, kabbelend, golvend, wild, stormachtig, stromen, vallen, druppelen). De lln. bewegen in de ruimte: -één keer individueel (iedereen zoekt eigen vorm) -daarna per 2 of 3 (ze vormen samen een golf of een rivier)
*Kleine scènes maken Bedenk een korte scène (max. 1 minuut) waarin jullie water zijn. Kies uit bvb. : regenbui, rivier, storm, oceaan, fontein…” Nadien tonen ze dit aan elkaar.
*Reflectie & afronding Iedereen toont 1 beweging die voor hen het best “water” samenvat.
Vraag: Hoe voelde het om water te spelen? Welke beweging vond je het mooist/sterkst?
Op maandag 13/10/2025 maken we een kleine wandeling in het Dijleparkje.
We verzamelen allerlei natuurelementen van de herfst. Hier schrijven we dan nadien wat we allemaal hebben gevonden. We vonden blaadjes van de: -linde -eik -esdoorn -wilde kastanje
En ook denne-naalden (den / duo met 2 naaldjes in 1 napje). (spar/ solo met 1 naaldje in 1 napje)
In de klas bestudeerden de leerlingen, als echte wetenschappers, alle gevonden “natuur” onder de miscroscoop.
Meester Steven had ook een druppeltje Dijle-water om te onderzoeken. Wat een zuiver, doorzichtig water!
Samen met de leerlingen zochten we welke “soorten” water er allemaal is. We vonden: -regenwater -rioolwater -putwater -grondwater -smeltwater -rivieren -bronwater -oceanen -zeeën -dauw -mist -…
En toen lieten ze het zelf wat miezeren, regenen, stormen…
We zien dat er ook overstromingen kunnen gebeuren.
In de herfst zie je verschillende soorten ‘neerslag’. Rukwinden, stortbuien en hagelslag zorgen voor een beeldenstorm in de mailbox van Frank Deboosere en Sabine Hagedoren.
Aarde en ruimte: “Hoe ontstaan buien en bliksem, en wat doe je als je in noodweer terecht komt? Via internet kunnen we op de buienradar zelf een bui zien aankomen. Verder kijken we naar verschijnselen als dag en nacht, seizoenen, temperatuur, neerslag, wind, luchtstormen, remote sensing en andere instrumenten, weerbericht, luchtdruk en klimaat.”
Hier komen de tekeningen-kunstwerken. De lln. tekenden met potlood de waterwegen en straatnamen die met water te maken hebben op kalkeerpapier. Nadien overtrokken ze de potlood-lijnen met een blauwe stift (van boven naar beneden => geen veegstrepen). Daarna bekeken ze de tekening aandachtig. Ze keken er aandachtig naar en tekende nog andere lijnen. Ze mochten er nog andere lijnen bij verzinnen. En dan is het allerlei vakken kleuren. Zo krijgen we kunstwerken.