Op school hangt er een groot nest. Het is het nest van de Aziatische hoornaar. De brandweer is het nest komen “verdelgen”. Dat wil zeggen dat de insecten dood zijn. Het nest hangt er wel nog.
Met verrekijkers hebben de kinderen naar het nest kunnen kijken.
Dit waren enkele opmerkingen: -Zo groot! -Hoe kan dat daar blijven hangen? -Hebben de hoornaars dit gemaakt? -Hoe kunnen ze zo een nest maken? -Waaruit bestaat dat nest? -Dat hangt hoog. -Zitten er nu nog beestjes in? -…
Soms wordt het nest weggehaald (zoals in dit filmpje).
In het filmpje hieronder zie je hoe een wesp een nest maakt. Opgelet: dit is geen Aziatische hoornaar.
“Hoornaars maken een nest door houtvezels te verzamelen en deze met speeksel te vermengen tot een papieren pulp, waaruit ze de neststructuur opbouwen. De koningin begint in het voorjaar een klein, bolvormig primair nest op een beschutte plek, zoals in een holle boom, een schuur of onder een dak. Naarmate de kolonie groeit, worden grotere, bolvormige secundaire nesten gebouwd, vaak hoog in bomen, met een ingang aan de onderkant. “
In oktober 2025 werden “kroonjuwelen” gestolen in het Louvre. Hier heeft sporenonderzoek en DNA ook al enkele daders kunnen vatten. VRT vertelt erover.
Je kan ze kopen in verschillende winkels. Ook hier is het weer belangrijk wat meer centjes te sparen om een goede telescoop te kopen. Denk goed na of je zo een toestel wel wil kopen. De dagen/ nachten dat er dingen te bekijken zijn, zijn niet zo veelvuldig. En dan spreken we nog niet over de lichtvervuiling. Natuurlijk kan je ook de natuur bekijken.
Wat we niet doen: mensen bespieden. Daar kan je mee in de problemen komen. Vogels, de zee, de bergen, … bekijken is natuurlijk wel fijn.
Er zijn verschillende soort en en natuurlijk ook prijzen.
In een optiek (waar je brillen koopt) en een planetarium kan je soms zo een telescoop kopen.
Enkele weetjes hieronder.
Een telescoop staat op een statief. Je moet die telescoop vaak monteren.
Oculairen zijn als het ware vergrootglazen om het door de telescoop geproduceerde tussenbeeld te vergroten. De vergroting van het oculair van de telescoop: V = brandpuntsafstand telescoop / brandpuntsafstand oculair
Voorbeeld: u gebruikt een telescoop met een brandpuntsafstand van 1 000 mm en een oculair van 10 mm.
Verrekijker Voor waarnemingen op aarde, vaak met twee ogen, om in de hand te houden. Geeft (meestal door ingebouwde prisma’s) een rechtopstaand beeld.
Telescoop Voor astronomische waarnemingen (of aardse waarnemingen op grote afstand), monoculair, moet op een statief worden gebruikt, geeft een omgekeerd beeld.
Het verschil tussen een sterrenkijker en een telescoop is dat een sterrenkijker eigenlijk een verrekijker is met meerdere lenzen is die je kunt gebruiken om naar sterren te kijken. Een telescoop is een instrument dat wordt gebruikt om de verste objecten in het heelal te bestuderen. In de volksmond worden beiden begrippen soms door elkaar gebruikt.
Met een sterrenkijker kun je verschillende hemellichamen waarnemen, zoals sterren, planeten, nevels, asteroïden en sterrenhopen. Je kunt ook verre objecten zien, zoals sterrenstelsels en andere galaxy’s. Astroshop toont een en ander vantelescopen.
Een oculair (van het Latijnse oculus, oog) is een lens of lenzenstelsel waarmee het door het objectief van een optisch systeem gevormde beeld kan worden waargenomen met het oog.
Voor de meeste moderne toepassingen is het oculair een positieve lens, voor de Hollandse kijker wordt echter een negatief oculair gebruikt.
In Genk Kattevennen Cosmodrome kan je 2 toffe dingen doen -gezellig warm in het planetarium de sterrenhemel op een “half bol scherm” bekijken -met een warme trui en jas naar de echte sterrenhemel kijken in het observatorium (Latijn: observare => observeren/ bestuderen/ bekijken)
De leerlingen oefenden alvast in de klas.
Zo monteer je een sterrenkijker.
Er gebeurt ook iets “in” een telescoop… Bij een verggrootglas kan je dat ook al een beetje zien… Het werkelijk beeld draait soms om… wanneer we door een “lens” kijken.
“Optiek of optica is de tak van de natuurkunde die het gedrag en de eigenschappen van licht bestudeert, inclusief de interacties (uitwisselingen) met materie en de constructie van instrumenten die gebruik maken van licht of licht opmeten. Het is een moeilijk onderwerp dat al eeuwenlang voor veel vraagtekens heeft gezorgd.”
Een potlood behoort tot de soort van schrijf- en tekengerei. Het bestaat uit: een stift (een mengsel van grafiet en klei) en een (ceder)houten omhulsel.
Potloden hebben een verschillende “hardheid”.
De proefkeuken Willem en Pieter ontdekken dat een potlood niet van lood, maar van grafiet en klei wordt gemaakt. Voor het gummetje gaat Pieter naar een kwekerij waar ze rubber uit Russische paardenbloemen halen.
Het is belangrijk dat we potloden met veel respect gebruiken. Een potlood dat immers op de grond valt, kan binnen breken. De “potloodstift” kan van binnen breken. Wanneer men dan het potlood wil scherpen of slijpen, kan de punt sneller afbreken of uitvallen.
Wat is het precies? We nemen een kijkje in een fabriek waar golfkarton wordt gemaakt. Het bestaat uit drie laagjes die op elkaar gelijmd worden. Eén laagje papier wordt gevormd in golfjes. Door de golfjes krijgt het karton stevigheid.
Bij het knutselen van de huisjes, kamers en gevels denken we na welke soort lijm we best gebruiken.
We hebben lijm nodig voor heel wat dingen die we willen knutselen of herstellen. (een zelfgemaakt pakje, een deel van een meubel, een kapotte vaas).
Lijm is de verbindingsstof die alles bij elkaar houdt.
Vaak nemen mensen zomaar de lijm uit een lade of schuif. Ze denken er niet bij na of deze écht geschikt is.
Elke lijmsoort heeft unieke eigenschappen. Ook: voor- en nadelen. Kortom: lijm voor specifieke toepassingen.
1.Secondelijm Deze lijm gebruiken we op school best niet: Secondelijm. Die wordt gebruikt voor “kleine” reparaties en “details”. Deze lijm hecht onmiddellijk aan gladde, niet-poreuze materialen (keramiek, glas, kunststof of metaal). Ze blijft ook meteen aan de huid kleven! Dus: voorzichtig zijn.
2.Houtlijm Deze lijm gebruiken we vooral voor projecten die iets met sterk karton en hout te maken hebben. (meubels, houten decoratie, poppenhuizen, …)
Deze houtlijmen trekken diep in het hout. Ze maken een sterke, blijvende verbinding. Houtlijm is vaak op waterbasis en droogt doorzichtig op. Voor hobbygebruik is dit voldoende. (ondergronden, bamboe, hout, MDF, triplex, …)
3.Textiellijm Die gebruik je vooral om kleding, stofjes, enz. aan elkaar te kleven. Soms moet die de volgende eigenschappen hebben: buigzaam zijn, rekbaar, wasbaar zijn, strijkbaar zijn, …
4.Papierlijm Papier lijmen kan je met een lijmstift. Je kan ook vloeibare lijm gebruiken. Dan duurt het wel even voor de lijm droog is.
5.Behangerslijm Wanneer je papier op een muur wil kleven, dan gebruik je best behangerslijm.
Samen met de leerlingen zochten we welke “soorten” water er allemaal is. We vonden: -regenwater -rioolwater -putwater -grondwater -smeltwater -rivieren -bronwater -oceanen -zeeën -dauw -mist -…
En toen lieten ze het zelf wat miezeren, regenen, stormen…
We zien dat er ook overstromingen kunnen gebeuren.
In de herfst zie je verschillende soorten ‘neerslag’. Rukwinden, stortbuien en hagelslag zorgen voor een beeldenstorm in de mailbox van Frank Deboosere en Sabine Hagedoren.
Aarde en ruimte: “Hoe ontstaan buien en bliksem, en wat doe je als je in noodweer terecht komt? Via internet kunnen we op de buienradar zelf een bui zien aankomen. Verder kijken we naar verschijnselen als dag en nacht, seizoenen, temperatuur, neerslag, wind, luchtstormen, remote sensing en andere instrumenten, weerbericht, luchtdruk en klimaat.”
Als we dan toch allerlei “weetjes over water” opzoeken…
Wat is een pluviometer en waarvoor dient het?
Een synoniem, of ander woord dat hetzelfde betekent, is: regenmeter.
Wikikids legt het zo uit. “Een regenmeter is een meetinstrument dat door meteorologen en hydrologen wordt gebruikt om de hoeveelheid vloeibare neerslag over een gebied gedurende een bepaalde periode (bijvoorbeeld een dag) te verzamelen en te meten. “
Meer spinnen in september? “Nee! Net als bij de spinnen zelf, zijn er niet meer spinnenwebben in de herfst dan in een andere tijd. Dat lijkt alleen maar zo, doordat dauw in de herfst vaker in een spinnenweb blijft hangen – en het web zo beter zichtbaar maakt.”