Onze school lijkt wel ingepakt door de kunstenaar Christo.
Heel wat gevels en gebouwen hebben een groot wit, plastic zeil. Daarachter kan je stellingen zien.
Na vele jaren kan/ mag er eindelijk gewerkt worden aan de klassen en lokalen. Het meeste deel behoort tot erfgoed. Dan kan je niet zomaar een nageltje hier kloppen of een vijsje daar draaien. Een raampje of deurtje ginds zomaar erbij zetten, dat kan ook niet…
De Bulgaars-Amerikaanse kunstenaar Christo (volledig: Christo Javacheff, 1935–2020) en zijn vrouw Jeanne-Claude stonden bekend om hun monumentale inpakkunst. Al zijn fysieke installaties maakte hij met de hand. Hij werkte volledig onafhankelijk en financierde zijn miljoenenprojecten zelf door de verkoop van eigen schetsen en collages. Zijn vader was wetenschapper. De kunstenaars die bij zijn moeder op bezoek kwamen ontdekten het artistieke talent van de jonge Christo.
Christo en Jeanne-Claude vonden het als kunstenaars belangrijk dat zij samen genoemd worden.
Op het brugje aldaar vertelde de meester over de verschillende Dijle-armen in het centrum van de stad. We spraken dit jaar ook al over “water in Leuven”. De boomstammen van de knotwilgen daar hebben overigens een ijzeren manteltje aan. Dat is tegen de “vreetpartijen” van de bever, die met de schors allerlei dammen in de rivier maakt..
We stapten over enkele “ringmuurresten op de grond”: 12de eeuwse stadsomwalling door de Redingenstraat aan het CAW.
Aan de “Wolvenpoort” zagen we een bas-reliëf van twee wolven. Eén stukje van het beeld komt uit de muur, het andere moeten we erbij denken.
Daarna gingen we het trapje op van het Rambergpark. We bekeken er het bord met “kruiden”.
In het Rambergpark zagen we ook het fluitenkruid.
Er was ook een val tegen de Aziatische hoornaar. Daar blijven we dus af.
We stapten door een soort prieeltje, een rozenboog pergola naar de Naamsestraat. Daar zagen we meteen de grote boom: “De boom van groot verdriet” aan het Atrechtcollege.
Daar bestaat een verhaal van: hier kan je het beluisteren. Die boom zou 200 jaar oud zijn. En volgens de berekeningen is die 1,2 miljoen euro waard.
Voor de (meeste) Leuvenaars is de Boom van ’t Groot Verdriet geen onbekende.
“Op de binnenkoer langs de Naamsestraat staat een reusachtige Japanse honingboom (Sophora japonica). Deze boom is meer dan 200 jaar oud en is gezaaid door een geestelijke die vanuit Japan zaad had meegebracht van deze soort. Beelden uit het begin van deze eeuw laten zien dat de boom toen haast dubbel zo groot was en de takken tot aan de gevels van de overkant van de straat kwamen. De Leuvense studenten noemden hem vroeger de boom van groot verdriet. Tussen 1921 en 1977 werd het Atrechtcollege voornamelijk gebruikt als tehuis voor studentinnen. De strenge tucht die er heerste, veroorzaakte heel wat verdriet bij de jongens die aan de ingang, dus bij de honingboom, hun geliefde onbereikbaar zagen (de meisjes moesten ’s avonds om 19u binnen zijn).” (dank aan seniorenKULleuven)
We wandelden door het stadspark. We zagen een graffiti-tekening in de Vlamingenstraat.
Aan het college van “Wijsbegeerte en Letteren” zagen we een blauwe regen. Die klimt stevig tegen de gevels van huizen aan. De bloemen waren al uitgebloeid. Ze hebben een heerlijke geur.
Wie goed kijkt ziet achter deze muur van blauwe regen een prachtige bas-reliëf van de kunstenaar Constant Meunier.
We zien er 4 taferelen over het werken: in de mijn, in een haven, op het veld en in de industrie.
In de hal van (het vroegere Groep T) de KUL konden we er twee wagens bekijken.
Op het brugje aldaar vertelde de meester over de verschillende Dijle-armen in het centrum van de stad. We spraken dit jaar ook al over “water in Leuven”. De boomstammen van de knotwilgen daar hebben overigens een ijzeren manteltje aan. Dat is tegen de “vreetpartijen” van de bever, die met de schors allerlei dammen in de rivier maakt..
We stapten over enkele “ringmuurresten op de grond”: 12de eeuwse stadsomwalling door de Redingenstraat aan het CAW.
Aan de “Wolvenpoort” zagen we een bas-reliëf van twee wolven. Eén stukje van het beeld komt uit de muur, het andere moeten we er bij denken.
Daarna gingen we het trapje op van het Dijlepark. We bekeken er het bord met “kruiden”.
In het Dijelpark zagen we een val tegen de Aziatische hoornaar. Daar blijven we dus af.
We stapten door een soort prieeltje, een rozenboog pergola naar de Naamsestraat. Daar zagen we meteen de grote boom: “De boom van groot verdriet” aan het Atrechtcollege.
De connectie tussen NASA en het WK gaat verder dan de tentoonstellingsruimte.
NASA-spin-offtechnologieën zijn innovaties die ontwikkeld zijn voor ruimteonderzoek. Ze geven commerciële producten en het dagelijks leven vorm… ook op het voetbalveld.
Meer dan 25 jaar: onderzoek aan boord van het Internationale Ruimtestation. Dat is baanbrekend werk. En dit voor o.a.: wetenschap, technologie en volksgezondheid. Het bevordert innovaties die mensen op aarde ten goede komen. Zo ook: het begrip van de aerodynamica en natuurkunde achter de vlucht van een voetbal.
Het begrijpen van de relatie tussen het zwaartepunt en het geometrische middelpunt van een object is noodzakelijk. Ze kunnen bewegingen van vrij zwevende objecten voorspellen. Zoals bijvoorbeeld bij de ruimtevaartuigen, satellieten en vliegtuigen.
Ingenieurs van NASA’s Ames Research Center in Silicon Valley, Californië, hebben de Adidas Brazuca-bal, ontwikkeld voor het WK voetbal van 2014 . Ze testten die in een windtunnel van het Fluid Mechanics Laboratory.
V uit 4A doet dit bij “Golazo”. Hij fietst er nog geen jaar. Dat is niet zo makkelijk.
Iedere woensdag rijden ze in Baal – Sven Nys. Daar fietsen ze weg van het trainingscentrum. Op zondag zijn er “races”. Meestal beginnen die om 10.30 uur met een individuele tijdrit. Dan doen ze 1 toertje van 2km. Nadien komen er races aan van de 8-9 jarigen, die 3 ronden doen. De -11j (waaronder V) starten meestal rond 11.30 uur en dat duurt een half uurtje. Ze passeren 4x, dus dat is zoals een “rond de kerktoren”-criterium. Een plezier om te zien.
In de (steam)klas leren we heel wat woordenschat.
-Woordkaartjes fiets onderdelen -foto’s fiets onderdelen -tekening van een fiets op kleine woordkaartjes bij te leggen
Zo kan je onder andere een fiets tekenen.
V zelf heeft een koersfiets. Daar rijdt hij niet mee naar school. Die gebruikt hij alleen voor de trainingen en de wedstrijden. Hier kan je ook al iets lezen over een “gravelfiets”.
Soms doen mensen vreemde dingen met een fiets. Wat dacht je van deze kermisattractie met middelpuntvliedende kracht?
Steenkool is ontstaan uit plantenresten. In sommige lagen van die steenkoolmijnen vinden we plantenafdrukken.
Waar nu steenkool te vinden is, groeiden er heel lang geleden bomen, varens en struiken .
Die bomen, varens en struiken werden bedekt met zand, modder en rotsen.
Zo raakten de bomen en planten begraven op diepten van 400 tot 4000 meter.
Door de grote druk van de grond en de hevige warmte uit de ondergrond, veranderde deze plantenmassa langzaam. Stilaan werden kolen gevormd. Dat gebeurde door vele miljoenen jaren. Er zijn soms zelfs haaientanden gevonden. Dat toont aan dat er vroeger zelfs zee is geweest op die plaatsen.
“We landen in het jaar 1900. In Wallonië en in onze buurlanden is steenkool big business. Elke dag dalen duizenden mijnwerkers af onder de grond, op zoek naar het zwarte goud. In de Limburgse Kempen gebeurt weinig tot niets … er ligt niets dan arme heidegrond. Tot geoloog André Dumont en zijn team op 1 juni 1901 met een enorme boormachine op het toneel verschijnen. Het grote nieuws over de steenkoolvondst in Limburg gaat als een lopend vuurtje rond. Een ware kolenrush begint.”
Terrils zijn kunstmatige heuvels in de nabijheid van (voormalige) steenkoolmijnen, ontstaan door de ophoping van gruis en afval afkomstig van de steenkoolwinning. Deze resten bleven achter bij iedere mijnsite.
Blegny-Mine ligt tussen Luik en Maastricht, is Blegny-Mine één van de vier authentieke koolmijnen van Europa waar de ondergrondse galerijen nog toegangelijk zijn voor de bezoekers. Daal af met de liftkooi naar een andere wereld. Je krijgt een voorstelling over het gebruik van de machines en de ondergrondse uitrustingen. Je verneemt alles over het dagelijkse leven van de “koempels”/ kompels/ mijnwerkers , hun vreugde, hun zorgen, hun angsten en hun werkomstandigheden.
Vervolgens ontdek je de geheimen van de sorteer- en wasinstallaties, vanaf de aankomst van het mineraal tot aan het transport. De aanvoerwagens, de zeven, de laadtrechters, de systemen voor het laden en lossen van de mijnwagens, de zuiveringsinstallaties, de wasserij en opslag : alle behandelingen van de kolenwasserij worden u getoond.
Blegny-Mine en de 3 andere sites uit Wallonïe (Bois du Cazier, Bois-du-Luc en Grand Hornu) worden sinds juli 2012 erkend als wereldpatrimonium door de Unesco.
Op het einde van de 19de eeuw werden er 322 m diep in de steenkoolmijn van Bernissart een dertigtal vrij volledige iguanodonskeletten ontdekt. Doordat de beenderen nog op hun plaats zaten, was een ‘waarschijnlijk natuurgetrouwe’ opstelling mogelijk, die al vlug bezoekers uit de hele wereld aantrok! (zie derdelj.com)
het tijdperk – de steenkool – de mijn – de varens – de struiken – de galerij – de installatie – het skelet – het zinkgat – de kolen – het gas – de plantenafdruk – de liftkooi – de schacht – het zwarte goud – de mijnwerker – de mijndorpen
Sommige kleine auto’s kunnen op afstand met een controller worden bediend. Zij rijden dan door de handelingen die een “bestuurder” op afstand doet. Die afstand mag niet te groot zijn, anders komt het signaal van de “controller” niet tot bij de wagen.
Een sensor op/ in de auto vangt het signaal van de controller op. En zo voert de auto de “bevelen” uit die de “bestuurder” met de handen draaide of indrukte.
Ook volwassen mensen spelen en oefenen met zo een wagentjes.
Eind juni 2026 is er in Zwitserland een team “Hydro Ghosts” uit Tienen dat deelneemt aan het wereldkampioenschap racen. De wagentjes worden aangestuurd met waterstof.
Het team van piloten en ingenieurs zijn leerlingen van het Atheneum in Tienen. De acht teamleden zijn geboeid door wetenschap.
Ze hebben de auto op afstandsbediening dan ook helemaal zelf omgebouwd.