Al meer dan 1.800.000 bezoekers in de wereld… Genesis
In de Handelsbeurs van Antwerpen kan je een betoverende show van 30 minuten beleven. Die dompelt je onder in het verhaal van de Schepping. Met verbluffende visuele en muzikale spektakels. Laat je verrassen door fantastische animaties en beleef een minder bekend architecturaal meesterwerk als nooit tevoren.
In deze videoreeks zal je merken dat AI soms merkwaardige, griezelige montages kan maken… AI: artificiële intelligentie
Sommige auteurs, regisseurs, ontwerpers, architecten, journalisten, leerkrachten, … gebruiken meer en meer AI om hun “werk” te starten, na te kijken, af te werken, ideetjes te geven,…
Bladgroen (of moeilijker: chlorofyl) is een stof die planten groen maakt. Het helpt planten zonlicht te gebruiken om voedsel te maken. Dit “proces” heet: fotosynthese. Bladgroen vangt het zonlicht op en verandert het in energie voor de plant. Zo maken planten zuurstof aan. Dat is belangrijk voor mensen en dieren om te ademen.Wikikids legt het zo uit: Bladgroen
Een plant kan zelf voedsel maken => dat heet fotosynthese. Hiervoor heeft die plant drie dingen nodig: -licht -water -kooldioxide
Kooldioxide is een stof in de lucht.
Hoe komen deze drie stoffen in een plant? Hulpmiddeltjes: -de wortels -de stengels -de bladeren
1.WATER Met de wortels haalt een plant water uit de grond. Van de wortels gaat het water naar de stengels. Van de stengels naar de bladeren.
2.KOOLDIOXIDE Bladeren kunnen zelf lucht opnemen. In de blaadjes zitten kleine openingen: de huidmondjes. Met die huidmondjes halen planten kooldioxide uit de lucht.
3.LICHT Daarvoor gebruikt de plant ook de bladeren. De bladgroenkorreltjes vangen het licht op. Het voedsel dat de plant gaat maken, is suiker. Die suiker maakt de plant van het water en de kooldioxide. Maar er is energie voor nodig. Die energie krijgt de plant van het licht.
Zo maakt de plant voedsel van water, kooldioxide en licht => fotosynthese.
Een tangram is een Chinese puzzel die bestaat uit zeven platte stukjes, genaamd “tans”. Deze stukjes zijn een vierkant, een parallellogram en vijf driehoeken, en ze worden zo neergelegd dat ze samen een grotere vorm vormen. De uitdaging is om met de zeven stukjes een bepaald silhouet te maken, zoals een dier, voorwerp of figuur.
We zouden dit spel onder “computationeel denken” kunnen indelen.
Ze leefden in zwavelgrotten. Zwavelgrotten zijn een leefomgeving met veel nadelen. Er is geen zonlicht en de lucht bevat hoge concentraties giftige waterstofsulfide. Dat maakt het voor veel diersoorten geen geschikte plek om te overleven. Maar voor zwaveloxiderende microben bieden de grotten juist een ideale leefomgeving: deze kleine organismen voeden zich met zwavel.
We spreken ook wel eens over “optica” of “optiek”.
Er waren heel wat wetenschappers in verschillende landen bezig met dit onderwerp.
GRIEKEN De geschiedenis van de optica begint bij de oude Grieken. Aristophanes (400 BC) schrijft over de zonnestralen die worden weerkaatst. Democritus (400 BC) hield zich bezig met hoe het komt dat er verschillende kleuren bestaan. Aristotoles (250 BC) richtte zich vooral op hoe het oog werkt. Hij dacht dat er straling uit de ogen komt en je hiermee de omgeving aftast.
ROMEINEN Ook de Romeinen waren bezig met optica. Seneca (0) merkte op dat voorwerpen onder water anders worden waargenomen. Nero (50 NC) was de eerste die een soort van verrekijker gebruikte om door het Colosseum te kijken. En Ptolemeus (100 NC) onderzocht breking van licht door water en andere vloeistoffen.
PERZIË / IRAN In Perzië was er een zekere Alhazan (1000 NC) die de breking en weerkaatsing van licht beschreef. Hij was de eerste persoon die geloofde dat het oog voorwerpen waarneemt doordat er licht via het voorwerp in het oog komt.
De eerste lenzen worden gemaakt rond 1250 NC.
ENGELAND Het Opus Majus (Latijn voor ‘Groter werk’) is het belangrijkste werk van Roger Bacon. Het werd geschreven in middeleeuws Latijn, op verzoek van paus Clemens IV, om het werk dat Bacon had ondernomen uit te leggen. De 840 pagina’s tellende verhandeling strekt zich uit over alle aspecten van de natuurwetenschappen, van grammatica en logica tot wiskunde, natuurkunde en filosofie. Bacon Bacon deed toen al veel experimenten met lenzen om de breking en weerkaatsing van licht te beschrijven. De werking ervan wordt pas in 1600 NC verklaard door Kepler.
NEDERLAND De Nederlander Lippershey is de uitvinder van de telescoop (1608 NC).
ITALIË Toen Galileo hoorde van deze uitvinding van Lippershey liet hij een voor die tijd zeer grote telescoop bouwen en gebruikte de telescoop om naar de maan en de planeten te kijken. Hieruit bleek dat de aarde niet het midden was van het heelal.
Newton had onderzoek verricht naar licht en kwam tot de conclusie dat licht bestond uit deeltjes. Hierdoor was hij ervan overtuigd dat je geen kleurloze lenzen kon maken, daarom maakte Newton een telescoop met een spiegel erin i.p.v. een lens. Jansen is een Nederlander die rond 1600 NC de eerste microscoop bouwt.
En zo gaat dat maar door en door… Misschien ben jij wel de volgende over enkele jaren…
“Het water in het ronde glas gedraagt zich als een bolle lens. De lichtstralen worden naar binnen gebogen. Als je de pijl dichtbij het glas houdt, zie je de pijl vergroot. Wanneer je de pijl wat verder achter het glas houdt, hebben de lichtstralen genoeg ruimte om elkaar te kruisen. Het gevolg is dat de lichtstralen die bijvoorbeeld van de punt van een pijl komen, nu aan de andere kant terechtkomen. De pijl is omgekeerd!“
Soms staat meester Steven met zijn telescoop op de speelplaats. Ook met de verrekijkers leren de kinderen kijken. Je kan de maan niet zo vaak zien in de ochtend. En zeker niet op een interessant plekje ergens op school, net voor de les begint.
Enkele weetjes over de maan:
🌑 Altijd dezelfde kant zichtbaar: De maan draait in precies dezelfde tijd om haar as als om de aarde (ongeveer 27,3 dagen). Daardoor zien we altijd dezelfde kant – de zogeheten nabijzijde.
🌗 Er is geen “donkere kant” van de maan: De achterkant van de maan krijgt ook zonlicht; we zien die alleen niet vanaf de aarde.
🌕 De maan beweegt van ons weg: Elk jaar verwijdert de maan zich ongeveer 3,8 centimeter van de aarde. Over miljoenen jaren zal dat invloed hebben op getijden en zonsverduisteringen.
🌙 Maanstof is extreem scherp: Het fijne stof op het maanoppervlak – regoliet – is zo scherp dat het de ruimtepakken van astronauten kon beschadigen en ademhalingsproblemen veroorzaakte in de maanmodules.
🚀 Er zijn 12 mensen op de maan geweest: Tussen 1969 en 1972 landden 6 Apollo-missies met astronauten op de maan. De eerste was Neil Armstrong, de laatste Gene Cernan.
🌔 De maan heeft aardbevingen – nou ja, ‘maanbevingen’: Deze kunnen ontstaan door getijdenkrachten van de aarde of temperatuurschommelingen.
🌘 Er is geen atmosfeer (bijna): De maan heeft een exosfeer in plaats van een echte atmosfeer, dus geluid kan er niet reizen en er is geen weer of wind.
🌖 De maan veroorzaakt eb en vloed: De zwaartekracht van de maan trekt aan het water op aarde en veroorzaakt de getijdenbewegingen.
🌒 Maanlicht is eigenlijk zonlicht: De maan schijnt niet zelf – ze weerkaatst zonlicht. Volle maan is dus de kant die volledig door de zon beschenen wordt.
🌕 Er zijn ‘maanbomen’ op aarde: Zaden die mee waren met de Apollo 14-missie in 1971 werden op aarde geplant. De bomen groeiden uit tot zogeheten Moon Trees
Krimpende Maan: De Maan krimpt langzaam door afkoeling van haar kern, wat “maanbevingen” en kleine rimpels in het oppervlak veroorzaakt.
Geen donkere kant: Er is geen permanente “donkere kant” van de Maan; tijdens een maanmaand krijgt elke kant zonlicht.
Waterijs: In permanent beschaduwde kraters bij de polen is waterijs gevonden, mogelijk bruikbaar voor toekomstige maanbases.
Maria: De donkere vlekken (maria) zijn gestolde lavavlakten van vulkanische activiteit miljarden jaren geleden, geen zeeën zoals vroeger gedacht.
Apollo-spiegels: Astronauten van Apollo 11, 14 en 15 plaatsten reflectoren op de Maan; wetenschappers gebruiken lasers vanaf Aarde om de afstand tot op millimeters te meten.
Oorsprong: De Maan is waarschijnlijk ontstaan na een gigantische botsing tussen de jonge Aarde en een Mars-groot object (Theia), circa 4,5 miljard jaar geleden.
Maansverduistering: Tijdens een totale maansverduistering lijkt de Maan rood door zonlicht dat door de aardatmosfeer wordt gefilterd – vandaar “bloedmaan”.
Een leerling vroeg of de maan rond was… Hij zei: neen. We zochten het op… “In werkelijkheid is de maan enigszins afgeplat aan de polen en een beetje uitgerekt aan één kant, namelijk de kant die altijd naar de aarde gericht is. Daardoor heeft ze de vorm van een zogeheten sferoïde of iets preciezer een ellipsoïde. Kort samengevat: –In werkelijkheid is ze iets eivormig (ongeveer 2 km verschil tussen de langste en kortste straal). –Voor het oog lijkt de maan perfect rond.
Woordenschat: zien – zag – gezien veroorzaken – veroorzaakte – veroorzaakt krimpen – kromp – gekrompen