Een potlood behoort tot de soort van schrijf- en tekengerei. Het bestaat uit: een stift (een mengsel van grafiet en klei) en een (ceder)houten omhulsel.
Potloden hebben een verschillende “hardheid”.
De proefkeuken Willem en Pieter ontdekken dat een potlood niet van lood, maar van grafiet en klei wordt gemaakt. Voor het gummetje gaat Pieter naar een kwekerij waar ze rubber uit Russische paardenbloemen halen.
Het is belangrijk dat we potloden met veel respect gebruiken. Een potlood dat immers op de grond valt, kan binnen breken. De “potloodstift” kan van binnen breken. Wanneer men dan het potlood wil scherpen of slijpen, kan de punt sneller afbreken of uitvallen.
Wat is het precies? We nemen een kijkje in een fabriek waar golfkarton wordt gemaakt. Het bestaat uit drie laagjes die op elkaar gelijmd worden. Eén laagje papier wordt gevormd in golfjes. Door de golfjes krijgt het karton stevigheid.
Bij het knutselen van de huisjes, kamers en gevels denken we na welke soort lijm we best gebruiken.
We hebben lijm nodig voor heel wat dingen die we willen knutselen of herstellen. (een zelfgemaakt pakje, een deel van een meubel, een kapotte vaas).
Lijm is de verbindingsstof die alles bij elkaar houdt.
Vaak nemen mensen zomaar de lijm uit een lade of schuif. Ze denken er niet bij na of deze écht geschikt is.
Elke lijmsoort heeft unieke eigenschappen. Ook: voor- en nadelen. Kortom: lijm voor specifieke toepassingen.
1.Secondelijm Deze lijm gebruiken we op school best niet: Secondelijm. Die wordt gebruikt voor “kleine” reparaties en “details”. Deze lijm hecht onmiddellijk aan gladde, niet-poreuze materialen (keramiek, glas, kunststof of metaal). Ze blijft ook meteen aan de huid kleven! Dus: voorzichtig zijn.
2.Houtlijm Deze lijm gebruiken we vooral voor projecten die iets met sterk karton en hout te maken hebben. (meubels, houten decoratie, poppenhuizen, …)
Deze houtlijmen trekken diep in het hout. Ze maken een sterke, blijvende verbinding. Houtlijm is vaak op waterbasis en droogt doorzichtig op. Voor hobbygebruik is dit voldoende. (ondergronden, bamboe, hout, MDF, triplex, …)
3.Textiellijm Die gebruik je vooral om kleding, stofjes, enz. aan elkaar te kleven. Soms moet die de volgende eigenschappen hebben: buigzaam zijn, rekbaar, wasbaar zijn, strijkbaar zijn, …
4.Papierlijm Papier lijmen kan je met een lijmstift. Je kan ook vloeibare lijm gebruiken. Dan duurt het wel even voor de lijm droog is.
5.Behangerslijm Wanneer je papier op een muur wil kleven, dan gebruik je best behangerslijm.
Sommige mensen trekken wel eens een foto ’s avonds. Ze willen een stad in het donker zien. Met verlichting op de achtergrond. We zien een silhouet, een zwarte omtreklijn van gekende gebouwen (kerken, bedrijven, station, bib, appartementen, …), monumenten (Eifeltoren, atomium, Big Ben, …) of standbeelden.
Als voorbereiding op “Geroezemoes” speelden de leerlingen allerlei opdrachten m.b.t. “water”.
*Kringoefening: laat de kinderen in een kring staan en elkaar een beweging geven die iets met water te maken heeft (vb. druppelen, golven, spatten). De rest doet na.
*Energie-oefening: “Word een waterdruppel!” – de kinderen bewegen klein en zacht, maar groeien tot een grote golf die weer terug inzakt.
*Verkennen van waterbewegingen Hoe kan water zich bewegen? (vb. stilstaand, kabbelend, golvend, wild, stormachtig, stromen, vallen, druppelen). De lln. bewegen in de ruimte: -één keer individueel (iedereen zoekt eigen vorm) -daarna per 2 of 3 (ze vormen samen een golf of een rivier)
*Kleine scènes maken Bedenk een korte scène (max. 1 minuut) waarin jullie water zijn. Kies uit bvb. : regenbui, rivier, storm, oceaan, fontein…” Nadien tonen ze dit aan elkaar.
*Reflectie & afronding Iedereen toont 1 beweging die voor hen het best “water” samenvat.
Vraag: Hoe voelde het om water te spelen? Welke beweging vond je het mooist/sterkst?
Meer en meer proberen steden met ondergronds water de rivieren terug zichtbaar te maken.
Dat heeft allerlei voordelen: -je kan zien waar er lekkages zijn -je kan verstoppingen in de ondergrondse rivier sneller vinden -de mensen genieten terug van het stromend water -de natuur komt dichter in de stad (vissen, reigers, aalscholvers, kikkers, …) -water geeft een rustgevend gevoel -je kan snel ruiken als er iets “verkeerd” loopt met de zuiverheid van de rivier -kajakkers kunnen weer genieten van het water en de huizen die aan de rivier liggende stad krijgt “leven” door het stromend water -…
Deze woordenschat kwam o.a. aan bod bij de kunstwerken: overlapping – perspectief – spiegelen – spiegelas – raamkozijnen – weerspiegeling – reflectie
Zoals heel wat grote steden, heeft Leuven allerlei poorten. Dat waren in de middeleeuwen de toegangspoorten om de stad in te mogen. Mensen kwamen handel drijven (dingen kopen en verkopen), zoals nu nog steeds op de markten. Voor je de stad binnen mocht, moest je een toelating laten zien aan de poortwachters of stadswachters.
Ook bij grote aanvallen van een stad, werden de poorten gesloten gehouden.
Op sommige plaatsen zien we ook echt nog de “poort”/ toren staan.
Leerlingen maakten alvast enkele poorten, torens.
In Leuven kennen we o.a.: Naamsepoort Oude Brusselsepoort Wijngaardpoort (later Brusselssepoort) Mechelsepoort Aarschotsepoort Diestsepoort Tiensepoort Parkpoort
Sterrenbeelden zijn patronen van sterren die ogenschijnlijk een figuur vormen aan de nachtelijke hemel.
Ze worden gebruikt in de astrologie en hebben bijbehorende datums en eigenschappen, zoals vastgelegd in de cyclus van de dierenriem.
Er zijn ook veel andere sterrenbeelden die niet tot de dierenriem behoren, zoals de Grote Beer en de Grote Hond.
Anders dan bij astronomie (wetenschap over de sterren) is de waarde van astrologie niet wetenschappelijk bewezen. Een bijnaam voor astrologie is dan ook ‘sterrenwichelarij’.